Slim sturen in energie is belangrijker dan slim opslaan
De focus verschuift steeds meer naar maximale zelfconsumptie. Dat heeft niet alleen te maken met het afbouwen van salderingsvoordelen, maar ook met de toenemende druk op het elektriciteitsnet en de onzekerheid rond toekomstige regelgeving. Wie zijn eigen stroom niet direct benut, laat waarde liggen. Volgens Ernst-Jan Vis, Technisch adviseur bij Rensa, begint slim energiemanagement daarom altijd bij inzicht in verbruik en opwek, en niet door zonder inzicht systemen te stapelen: “Mensen handelen soms in paniek. Dan worden er accu’s aangeschaft en wordt verder nergens naar gekeken of het slim is of niet.”
Accu’s als buffer
Elektrische opslag wordt vaak gezien als dé oplossing, maar Vis nuanceert dat beeld. Een accu kan energie technisch gezien lange tijd vasthouden, maar in de praktijk bepaalt vooral de capaciteit hoe bruikbaar die opslag is. “In een gemiddeld woonhuis is een batterij van tien tot vijftien kilowattuur snel leeg, zeker wanneer er een warmtepomp draait,” zegt Vis. Daarmee is een thuisbatterij vooral geschikt om dag-nachtverschillen tussen opwekking en verbruik te overbruggen of korte pieken op te vangen (Peak Shaving), en minder geschikt wanneer er ’s avonds en ’s nachts weinig elektriciteit wordt verbruikt.
Wie vraagt hoe groot een accu of andere opslagoplossing moet zijn, krijgt volgens Vis te vaak een kant-en-klaar antwoord dat te stellig is. “Je moet eerst weten: wat lever je op en wat gebruik je. En daarvoor kijk je het liefst naar data over een langere periode. En op basis daarvan kun je een selectie doen.” Dat maakt monitoring de basis van elk goed energiemanagementontwerp.
Voor het goed dimensioneren en toepassen van accu-oplossingen kun je terecht bij ons zusterbedrijf Libra Energy.
Combinatie met slimme sturing levert meer op dan alleen extra opslag
De grootste efficiëntieslag zit volgens Vis echter niet alleen in het toevoegen van opslag, maar in combinatie met slimme sturing. Hij ziet dat fabrikanten en leveranciers daar al ver in zijn en in veel producten al standaard aanwezig is. In de praktijk komen er grofweg drie stuurmethodes terug, die met name worden toegepast op tapwaterbuffers, boilers en andere elektrisch aangestuurde verbruikers die slim kunnen reageren op een overschot aan zonnestroom.
De eerste is sturen op real-time data via de P1-aansluiting van de slimme meter. “Daar kun je real-time het opgenomen en teruggevoerde energie uit het net uithalen,” legt Vis uit. Op basis daarvan kun je bijvoorbeeld een slimme boiler of andere verbruiker aanzetten op het moment dat er overschot is.
De tweede methode werkt met spanningsverandering in het net. Bij hoge PV-opwek stijgt de spanning. Slimme apparaten herkennen dat signaal en gebruiken het als indicatie dat er lokaal een overschot aan zonnestroom beschikbaar is. Dat wordt bijvoorbeeld toegepast bij slimme elektrische boilers of tapwaterverwarmers, die automatisch inschakelen zodra de netspanning oploopt. De derde methode is sturen op dynamische tarieven. Daarbij maken systemen gebruik van zogeheten Nord Pool-data. Vis legt uit dat apparaten hier actief op kunnen anticiperen: “Die gegevens zijn iedere keer een dag van tevoren bekend. Dan weet zo’n apparaat: morgen om twaalf uur is de stroom goedkoop of zelfs gratis, en dan ga ik laden.” Zo worden tapwaterbuffers, boilers of andere verbruikers niet alleen gestuurd op zonnestroom, maar ook op prijsmomenten in de markt.
Laadpalen en faseverdeling
Daarnaast wordt er vaak naar laadpalen en auto’s gekeken als mogelijke manier van energie opslaan. Laadpalen behoren tot de grootste elektrische verbruikers en veroorzaken daarmee snel piekbelasting. Slim laden is daarom essentieel. “Je moet het laden afstemmen op wat je installatie op dat moment aankan, anders creëer je onnodige pieken en loop je vast op je netaansluiting.”
Bidirectioneel laden wordt vaak genoemd als volgende stap, maar is in de praktijk nog beperkt toepasbaar. Zowel auto als laadpaal moeten geschikt zijn en bovendien blijft mobiliteit een randvoorwaarde. Vis plaatst daar een praktische kanttekening bij: “Misschien heb je je autoaccu ’s nachts leeggetrokken en moet je overdag nog naar de andere kant van het land. Dat is dan niet handig.”
Een minstens zo belangrijk, maar vaak onderschat aandachtspunt is faseverdeling. Door laadpalen, warmtepompen en boilers symmetrisch over de fasen te verdelen, kunnen onnodige pieken worden voorkomen en blijft netverzwaring vaak achterwege.
Maatwerk boven haast
De rode draad door alle oplossingen heen is maatwerk. Vis ziet dat de markt vol zit met beloftes en snelle rekensommen, maar hij hamert op realisme. “Er zijn echt veel mensen die nu veel te dure installaties hebben staan die helemaal niet toekomstbestendig zijn.”
Energiemanagement vraagt daarom om rust, inzicht en realistische verwachtingen. Niet reageren op de snelle oplossingen, maar eerst snappen wat er in een woning gebeurt en pas daarna sturen en investeren. Zoals Vis het samenvat: “Mensen moeten geen overhaaste beslissingen nemen. Kijk eerst: wat staat hier, wat wil ik, wat betekent dat voor mijn installatie? En pas daarna ga je sturen en investeren.”
Zonnepanelen liggen op het dak. De warmtepomp draait. En op de oprit staat een laadpaal. Woningen liggen vol techniek, maar opwek en verbruik lopen zelden gelijk. Daardoor komt één vraag steeds terug: hoe zorg je ervoor dat opgewekte energie ook daadwerkelijk daar wordt verbruikt waar en wanneer het nodig is? Energiemanagement is niet meer een ‘extra optie’, maar een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige installatie.
Zekerheid 1: Eenvoudig bestelproces
Niets zo vervelend als fouten in de bestelling omdat bepaalde onderdelen niet compatibel zijn of gewoonweg vergeten worden. Een SKID bestel je als een enkel artikel. Daardoor kost het inkoopproces minder tijd. Bovendien is de kans op een fout in de bestelling minimaal, want je hoeft geen losse onderdelen te bestellen. Je hebt uiteraard een vrije keuze in het merk en type van de warmtepomp. Rensa zorgt voor de juiste selectie van het fabricaat en type appendages en overige componenten.
Slim sturen in energie is belangrijker dan slim opslaan
De focus verschuift steeds meer naar maximale zelfconsumptie. Dat heeft niet alleen te maken met het afbouwen van salderingsvoordelen, maar ook met de toenemende druk op het elektriciteitsnet en de onzekerheid rond toekomstige regelgeving. Wie zijn eigen stroom niet direct benut, laat waarde liggen. Volgens Ernst-Jan Vis, Technisch adviseur bij Rensa, begint slim energiemanagement daarom altijd bij inzicht in verbruik en opwek, en niet door zonder inzicht systemen te stapelen: “Mensen handelen soms in paniek. Dan worden er accu’s aangeschaft en wordt verder nergens naar gekeken of het slim is of niet.”
Accu’s als buffer
Elektrische opslag wordt vaak gezien als dé oplossing, maar Vis nuanceert dat beeld. Een accu kan energie technisch gezien lange tijd vasthouden, maar in de praktijk bepaalt vooral de capaciteit hoe bruikbaar die opslag is. “In een gemiddeld woonhuis is een batterij van tien tot vijftien kilowattuur snel leeg, zeker wanneer er een warmtepomp draait,” zegt Vis. Daarmee is een thuisbatterij vooral geschikt om dag-nachtverschillen tussen opwekking en verbruik te overbruggen of korte pieken op te vangen (Peak Shaving), en minder geschikt wanneer er ’s avonds en ’s nachts weinig elektriciteit wordt verbruikt.
Wie vraagt hoe groot een accu of andere opslagoplossing moet zijn, krijgt volgens Vis te vaak een kant-en-klaar antwoord dat te stellig is. “Je moet eerst weten: wat lever je op en wat gebruik je. En daarvoor kijk je het liefst naar data over een langere periode. En op basis daarvan kun je een selectie doen.” Dat maakt monitoring de basis van elk goed energiemanagementontwerp.
Voor het goed dimensioneren en toepassen van accu-oplossingen kun je terecht bij ons zusterbedrijf Libra Energy.
Combinatie met slimme sturing levert meer op dan alleen extra opslag
De grootste efficiëntieslag zit volgens Vis echter niet alleen in het toevoegen van opslag, maar in combinatie met slimme sturing. Hij ziet dat fabrikanten en leveranciers daar al ver in zijn en in veel producten al standaard aanwezig is. In de praktijk komen er grofweg drie stuurmethodes terug, die met name worden toegepast op tapwaterbuffers, boilers en andere elektrisch aangestuurde verbruikers die slim kunnen reageren op een overschot aan zonnestroom.
De eerste is sturen op real-time data via de P1-aansluiting van de slimme meter. “Daar kun je real-time het opgenomen en teruggevoerde energie uit het net uithalen,” legt Vis uit. Op basis daarvan kun je bijvoorbeeld een slimme boiler of andere verbruiker aanzetten op het moment dat er overschot is.
De tweede methode werkt met spanningsverandering in het net. Bij hoge PV-opwek stijgt de spanning. Slimme apparaten herkennen dat signaal en gebruiken het als indicatie dat er lokaal een overschot aan zonnestroom beschikbaar is. Dat wordt bijvoorbeeld toegepast bij slimme elektrische boilers of tapwaterverwarmers, die automatisch inschakelen zodra de netspanning oploopt. De derde methode is sturen op dynamische tarieven. Daarbij maken systemen gebruik van zogeheten Nord Pool-data. Vis legt uit dat apparaten hier actief op kunnen anticiperen: “Die gegevens zijn iedere keer een dag van tevoren bekend. Dan weet zo’n apparaat: morgen om twaalf uur is de stroom goedkoop of zelfs gratis, en dan ga ik laden.” Zo worden tapwaterbuffers, boilers of andere verbruikers niet alleen gestuurd op zonnestroom, maar ook op prijsmomenten in de markt.
Laadpalen en faseverdeling
Daarnaast wordt er vaak naar laadpalen en auto’s gekeken als mogelijke manier van energie opslaan. Laadpalen behoren tot de grootste elektrische verbruikers en veroorzaken daarmee snel piekbelasting. Slim laden is daarom essentieel. “Je moet het laden afstemmen op wat je installatie op dat moment aankan, anders creëer je onnodige pieken en loop je vast op je netaansluiting.”
Bidirectioneel laden wordt vaak genoemd als volgende stap, maar is in de praktijk nog beperkt toepasbaar. Zowel auto als laadpaal moeten geschikt zijn en bovendien blijft mobiliteit een randvoorwaarde. Vis plaatst daar een praktische kanttekening bij: “Misschien heb je je autoaccu ’s nachts leeggetrokken en moet je overdag nog naar de andere kant van het land. Dat is dan niet handig.”
Een minstens zo belangrijk, maar vaak onderschat aandachtspunt is faseverdeling. Door laadpalen, warmtepompen en boilers symmetrisch over de fasen te verdelen, kunnen onnodige pieken worden voorkomen en blijft netverzwaring vaak achterwege.
Maatwerk boven haast
De rode draad door alle oplossingen heen is maatwerk. Vis ziet dat de markt vol zit met beloftes en snelle rekensommen, maar hij hamert op realisme. “Er zijn echt veel mensen die nu veel te dure installaties hebben staan die helemaal niet toekomstbestendig zijn.”
Energiemanagement vraagt daarom om rust, inzicht en realistische verwachtingen. Niet reageren op de snelle oplossingen, maar eerst snappen wat er in een woning gebeurt en pas daarna sturen en investeren. Zoals Vis het samenvat: “Mensen moeten geen overhaaste beslissingen nemen. Kijk eerst: wat staat hier, wat wil ik, wat betekent dat voor mijn installatie? En pas daarna ga je sturen en investeren.”
Zonnepanelen liggen op het dak. De warmtepomp draait. En op de oprit staat een laadpaal. Woningen liggen vol techniek, maar opwek en verbruik lopen zelden gelijk. Daardoor komt één vraag steeds terug: hoe zorg je ervoor dat opgewekte energie ook daadwerkelijk daar wordt verbruikt waar en wanneer het nodig is? Energiemanagement is niet meer een ‘extra optie’, maar een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige installatie.