Prefab is allang meer dan onderdelen vooraf assembleren. Bij grotere woningbouw- en utiliteitsprojecten wordt het succes steeds vaker bepaald door wat er gebeurt voordat de eerste vrachtwagen de bouwplaats oprijdt. Vanuit die gedachte zijn Rensa, Gévier en DTC Elektro dit jaar gestart met Repeterende Bouw, kortweg ReBo.
De grootste tijdwinst begint in de voorbereiding
Deze nieuwe afdeling brengt engineering, technische werkvoorbereiding, projectbegeleiding en bouwplaatslogistiek samen. Zo ontstaat één aanspreekpunt voor prefabprojecten, terwijl productie en logistiek zich volledig kunnen richten op productie en uitlevering.
“Prefab begint niet bij de productie”, zegt Patrick Jansen, hoofd Repeterende Bouw (ReBo). “De echte winst zit in de voorbereiding. Als je daar de juiste keuzes maakt, voorkom je dat monteurs op de bouwplaats nog moeten improviseren.”
Van model naar werk
ReBo richt zich vooral op projecten waarin veel herhaling zit, zoals appartementencomplexen, conceptmatige woningbouw en industriële bouw. Juist daar levert een goede voorbereiding veel tijdwinst op. Het vertrekpunt is vaak een 3D-model van het project. Vanuit dat model wordt bekeken welke onderdelen zich lenen voor prefabricage en op welk moment ze het beste op de bouwplaats kunnen worden aangeleverd.
“We kijken samen met de klant naar het 3D-model en bepalen wat logisch is om prefab uit te voeren”, legt Jansen uit. “Dat kan leidingwerk zijn, ventilatie, sanitaire installaties of een technische ruimte. Vervolgens kijken we ook naar de uitvoering. Plaatsen we een complete skid vroeg in het bouwproces of kiezen we voor een leidingbord en bouwen we de installatie later af? Dat soort keuzes maken we samen.”
Die afweging gaat verder dan alleen techniek. Daarbij spelen ook de bouwplanning, beschikbare ruimte op de bouwplaats en de bouwvolgorde een belangrijke rol.
Grip op planning
Nadat de keuzes zijn gemaakt, werkt ReBo het project technisch uit en zorgt ervoor dat alle informatie beschikbaar is voor de productie. Ook bewaakt de afdeling de beschikbaarheid van materialen, zodat de planning niet in gevaar komt.“Projecten worden steeds later definitief”, zegt Jansen. “Het model is vlak voor de uitvoering gereed. Dan moet je wel zeker weten dat alle materialen beschikbaar zijn en dat de productie op tijd kan starten. Dat bewaken wij.”
Zo neemt ReBo installateurs een belangrijk deel van de voorbereiding uit handen. “Wij zorgen ervoor dat de engineering klopt, de orders klaarstaan en de productie op het juiste moment aan de slag kan. Daardoor kan de installateur zich vooral richten op de uitvoering.”
Meer voorbereiding
De behoefte aan die ondersteuning groeit volgens Jansen. Projecten worden complexer, de druk op de planning neemt toe en ervaren vakmensen blijven schaars. Daardoor verschuift steeds meer werk naar de voorbereidingsfase. “Je moet meer energie steken in de voorbereiding, zodat je in de uitvoering juist minder problemen hebt. Dat vraagt om een andere manier van werken, maar uiteindelijk levert het veel op.”
Volgens Jansen onderscheidt ReBo zich ook door de manier waarop 3D-modellen worden vertaald naar prefab en uitvoering. “De software die wij hiervoor gebruiken, is zelf ontwikkeld en echt uniek”, zegt hij. “Daarmee kunnen we informatie uit het model gebruiken voor engineering, productie en logistiek. Het model is daardoor niet alleen een ontwerptekening, maar vormt de basis voor het hele proces.”
Samen sterker
ReBo ondersteunt installateurs die behoefte hebben aan extra engineeringcapaciteit. Jansen: “Door een deel van de engineering, voorbereiding en projectbegeleiding voor onze rekening te nemen, kunnen zij zich richten op de uitvoering. Op dit moment begelei-den we bijvoorbeeld een installatiebedrijf met tien medewerkers bij een groot project.”
Volgens hem is dat precies waar de kracht van ReBo ligt. “Wij kijken naar het complete project. Niet alleen naar wat er prefab gemaakt kan worden, maar ook naar hoe het op de bouwplaats het beste tot zijn recht komt. Uiteindelijk draait het erom dat de monteur op het juiste moment met de juiste materialen aan het werk kan.”
Patrick Jansen: “Investeer in 3D-modellen. Zo kun je repeterendheid in projecten realiseren.”
De grootste tijdwinst begint in de voorbereiding
Prefab is allang meer dan onderdelen vooraf assembleren. Bij grotere woningbouw- en utiliteitsprojecten wordt het succes steeds vaker bepaald door wat er gebeurt voordat de eerste vrachtwagen de bouwplaats oprijdt. Vanuit die gedachte zijn Rensa, Gévier en DTC Elektro dit jaar gestart met Repeterende Bouw, kortweg ReBo.
Patrick Jansen: “Investeer in 3D-modellen. Zo kun je repeterendheid in projecten realiseren.”
Deze nieuwe afdeling brengt engineering, technische werkvoorbereiding, projectbegeleiding en bouwplaatslogistiek samen. Zo ontstaat één aanspreekpunt voor prefabprojecten, terwijl productie en logistiek zich volledig kunnen richten op productie en uitlevering.
“Prefab begint niet bij de productie”, zegt Patrick Jansen, hoofd Repeterende Bouw (ReBo). “De echte winst zit in de voorbereiding. Als je daar de juiste keuzes maakt, voorkom je dat monteurs op de bouwplaats nog moeten improviseren.”
Van model naar werk
ReBo richt zich vooral op projecten waarin veel herhaling zit, zoals appartementencomplexen, conceptmatige woningbouw en industriële bouw. Juist daar levert een goede voorbereiding veel tijdwinst op. Het vertrekpunt is vaak een 3D-model van het project. Vanuit dat model wordt bekeken welke onderdelen zich lenen voor prefabricage en op welk moment ze het beste op de bouwplaats kunnen worden aangeleverd.
“We kijken samen met de klant naar het 3D-model en bepalen wat logisch is om prefab uit te voeren”, legt Jansen uit. “Dat kan leidingwerk zijn, ventilatie, sanitaire installaties of een technische ruimte. Vervolgens kijken we ook naar de uitvoering. Plaatsen we een complete skid vroeg in het bouwproces of kiezen we voor een leidingbord en bouwen we de installatie later af? Dat soort keuzes maken we samen.”
Die afweging gaat verder dan alleen techniek. Daarbij spelen ook de bouwplanning, beschikbare ruimte op de bouwplaats en de bouwvolgorde een belangrijke rol.
Grip op planning
Nadat de keuzes zijn gemaakt, werkt ReBo het project technisch uit en zorgt ervoor dat alle informatie beschikbaar is voor de productie. Ook bewaakt de afdeling de beschikbaarheid van materialen, zodat de planning niet in gevaar komt.“Projecten worden steeds later definitief”, zegt Jansen. “Het model is vlak voor de uitvoering gereed. Dan moet je wel zeker weten dat alle materialen beschikbaar zijn en dat de productie op tijd kan starten. Dat bewaken wij.”
Zo neemt ReBo installateurs een belangrijk deel van de voorbereiding uit handen. “Wij zorgen ervoor dat de engineering klopt, de orders klaarstaan en de productie op het juiste moment aan de slag kan. Daardoor kan de installateur zich vooral richten op de uitvoering.”
Meer voorbereiding
De behoefte aan die ondersteuning groeit volgens Jansen. Projecten worden complexer, de druk op de planning neemt toe en ervaren vakmensen blijven schaars. Daardoor verschuift steeds meer werk naar de voorbereidingsfase. “Je moet meer energie steken in de voorbereiding, zodat je in de uitvoering juist minder problemen hebt. Dat vraagt om een andere manier van werken, maar uiteindelijk levert het veel op.”
Volgens Jansen onderscheidt ReBo zich ook door de manier waarop 3D-modellen worden vertaald naar prefab en uitvoering. “De software die wij hiervoor gebruiken, is zelf ontwikkeld en echt uniek”, zegt hij. “Daarmee kunnen we informatie uit het model gebruiken voor engineering, productie en logistiek. Het model is daardoor niet alleen een ontwerptekening, maar vormt de basis voor het hele proces.”
Samen sterker
ReBo ondersteunt installateurs die behoefte hebben aan extra engineeringcapaciteit. Jansen: “Door een deel van de engineering, voorbereiding en projectbegeleiding voor onze rekening te nemen, kunnen zij zich richten op de uitvoering. Op dit moment begelei-den we bijvoorbeeld een installatiebedrijf met tien medewerkers bij een groot project.”
Volgens hem is dat precies waar de kracht van ReBo ligt. “Wij kijken naar het complete project. Niet alleen naar wat er prefab gemaakt kan worden, maar ook naar hoe het op de bouwplaats het beste tot zijn recht komt. Uiteindelijk draait het erom dat de monteur op het juiste moment met de juiste materialen aan het werk kan.”